Skip to main content

Trigger warning: deze tekst bevat voorbeelden van seksuele intimidatie en geweld

In Nederland heeft meer dan de helft van de vrouwen en twintig procent van de mannen ten minste één vorm van seksueel geweld meegemaakt in hun leven. Als je inzoomt op verschillende vormen van seksueel geweld, schommelen deze cijfers wat. Neem je bijvoorbeeld straatintimidatie, dan schiet het percentage voor vrouwen tussen de 18 en 45 naar boven de 90. Kijken we naar het begrip seksueel grensoverschrijdend gedrag, heeft 48% van de meisjes voor haar achttiende verjaardag hier een keer mee te maken gehad.

Dat verschillende vormen van seksuele intimidatie veel voorkomen, is duidelijk. Daarbij is in iedere gemeenschap de heersende overtuiging dat dit vreselijk is en dat het moet stoppen. Middelen om dit te bereiken zoeken we in alle verschillende richtingen, maar tot nog toe zonder resultaat. Maar er gebeurt iets geks. Bij het zoeken van iets of iemand waar we de schuld neer kunnen leggen van datgene wat we collectief vreselijk vinden, komt deze schuld vaak bij het slachtoffer zelf terecht.

In deze blog wordt uitgelegd waarom dit een probleem is en wat we eraan kunnen doen.

Wat is victim blaming en wat voor impact heeft het?

Victim blaming wordt ook wel secundaire victimisatie (of second rape) genoemd. Die naam heeft het gekregen omdat de impact ervan zeer schadelijk is voor slachtoffers van seksueel geweld. Van alle slachtoffers die te maken krijgen met een vorm van seksuele intimidatie, krijgt 75% te maken met victim blaming. Bovendien weten we dat het ontwikkelen van een post-traumatische stress stoornis (PTSS) na seksueel geweld vaker te verklaren is door victim blaming dan door de gebeurtenis zelf. Het komt in alle vormen en maten voor. Google eens een nieuwsbericht over The Voice en lees de reacties. ‘Je kan toch gewoon nee zeggen, ga dan ook niet met hem mee naar huis, je vraagt er ook wel om, bij mij zou dat nooit gebeurd zijn, ik zou gewoon zijn weggelopen, ik voed mijn kinderen op zodat zij zich nooit in zo’n situatie zouden bevinden.’ Zulke reacties lijken voor iemand die aan de zijlijn staat misschien onschuldig, maar zijn dat niet voor degene die deze situatie heeft meegemaakt. Het draagt bij aan gevoelens van schuld, zelfverwijt, schaamte en deze gevoelens staan traumaverwerking in de weg. Bovendien weten we dat victim blaming bijdraagt aan een lagere meldingsbereidheid. Uit angst de schuld te krijgen van wat er gebeurd is, komen slachtoffers minder snel naar voren met hun verhaal.

Waarom doen we dat dan?

De neiging tot victim blaming komt voort uit een ingebouwd zelfbeschermingsmechanisme. We doen het niet expres, maar het gebeurt wel. Victim blaming is te verklaren aan de hand van twee theorieën. Enerzijds de just world-theorie die beschrijft dat mensen willen geloven in een rechtvaardige wereld waar karma de boventoon voert. Een soort ‘wie goed doet, goed ontmoet’, ‘boontje komt om zijn loontje’, ‘eigen schuld, dikke bult’. Deze onbewuste manier van denken beschermt ons tegen de oneerlijkheid van het noodlot. Als slechte dingen kunnen gebeuren bij mensen die dat niet verdiend hebben, kan dat bij iedereen gebeuren. En dat maakt het leven onzeker. Daarnaast bestaat er een theorie die ervan uitgaat dat mensen geloven dat als ze bepaalde inspanningen verrichten, hen iets niet kan overkomen. De fictie van onkwetsbaarheid.

Dat ziet er in de praktijk zo uit dat je een situatie waarover je leest, voor jezelf op een hypothetische manier kan afwenden. ‘Als ik in situatie X zou hebben gezeten, zou ik Y hebben gedaan’. Opnieuw beschermt deze manier van denken ons tegen de realiteit dat ook wij niet altijd veilig zijn en dat ook ons iets naars kan overkomen en dat we soms niets kunnen doen om dit te voorkomen.

Maar het ís toch zo..?

Nou, nee. Vanaf de zijlijn overschatten we vaak wat we in bedreigende situaties kunnen en zouden doen. Uit onderzoek blijkt dat slechts 1 op de 6 vrouwen zich lichamelijk verzet en 1 op de 5 schreeuwt tijdens seksueel geweld. 70% van de slachtoffers verlamt en kan dus niets meer doen. In films weten protagonisten die gevangen worden genomen vaak te ontsnappen door de omgeving te scannen en heel innovatief na te denken. Zo werkt het echte leven niet. In een dergelijke situatie detecteert het lichaam gevaar en gaat het in de overlevingsstand. Het is evolutionair niet handig om tegen te stribbelen, te vechten of proberen te ontsnappen. Dat verhoogt de kans dat je gewond raakt of zelfs vermoord. Bij een bankoverval is het protocol: meewerken. Je leven is meer waard dan het geld. Maar als het over seksueel geweld gaat, vinden we dat ineens gek. Misschien schuilt hier nog een oude misogyne overtuiging: dat het leven van een vrouw niet meer waard is dan haar waardigheid. Wanneer je vertelt dat er is ingebroken in je huis, vraagt niemand: had je de deur wel op slot gedaan?

Wat kun je dan wel doen of zeggen?

Zoals gezegd is de neiging tot het hebben van dergelijke gedachten menselijk en verklaarbaar. Zelfs Iva Bicanic, klinisch psycholoog op het gebied van traumaverwerking en iemand die zich fel uitspreekt tegen victim blaming, geeft toe ook wel eens zulke gedachten te hebben. Het verschil zit hem echter in het herkennen van deze gedachte en ervoor te kiezen deze niet uit te spreken, maar om te vormen. In plaats van: ‘waarom fietste je daar midden in de nacht?’, kun je zeggen: ‘dit had je nooit mogen overkomen.’ In plaats van: ‘heb je iets gedaan om het uit te lokken?’, probeer eens: ‘die persoon had dat nooit bij jou mogen doen’. Op die manier dragen we met zijn allen bij aan de vermindering van trauma rondom seksueel geweld én verhogen we de meldingsbereidheid.